← Back to News

More is more

Enkele weken geleden, toen de zon nog volop scheen, kregen wij hier de fantastische Rick de Leeuw op bezoek die enkele pertinente vragen kwam stellen over werk & leven  – het mijne, niet het zijne! – nav het nu reeds geplande volgende concert-boek-gezelschapsspel van ‘Red & Lily’ die in 2015-2016 hun come back maken. En wat een ontwapenende interviewer zoal kan aanrichten, las ik dus gisteren tijdens het middageten in de seizoensbrochure van productiehuis Maandacht…

atelierbezoek

” Twaalf jaar geleden werd mijn oudste zoon geboren, en wat doe je als jonge vader: je gaat je kinderen voorlezen in bed. Ik greep terug naar de boeken die ik las toen ik klein was. Dat waren de boeken van Richard Scarry, schitterend! In die boeken vond ik wat ik zocht. Zo vol van detail, zo vrolijk en rijk aan ideeën. Je kan het hele verhaal vertellen of stil blijven staan bij één afbeelding. Toen ben ik pas begonnen met het maken van prentenboeken voor kinderen. Het vaderschap heeft me een onverwachte en zeer inspirerende carrièrewending opgeleverd. Het heeft mijn leven verrijkt. Ik maak me niet zo veel zorgen. En hoewel er in de kranten weinig opbeurend nieuws te lezen valt, maak ik me ook daar niet al te ongerust over. Het feit dat ik op papier de dingen graag anders zie, betekent niet dat ik veel zou willen veranderen. Het betekent eigenlijk juist dat ik géén wereldverbeteraar ben. Ik teken zo veel dat er geen tijd overschiet om iets goeds voor de wereld te doen. Als ik de wereld wilde veranderen, dan had ik een ander vak moeten kiezen, vrees ik. Tekenen is een vlucht, dat weet ik van mezelf. Dit heb ik onder controle, op papier is het veilig. Ik hoor vaak dat ik optimistisch teken. Ik ben een adept van de school van Hergé, van Ever Meulen, van Joost Swarte. Wat zij gemeenschappelijk hebben, is hetzelfde gevoel van helderheid en positivisme. Ik vertrek vanuit het donker, en werk langzaam naar het licht. Ook letterlijk. Ik begin altijd met de ondergrond, in acrylverf. Die droogt heel snel, zeker als ik ook nog eens de haardroger erbij pak. En dan schilder ik laag per laag, steeds maar lichter en lichter. Bij een aquarel doe je eigenlijk het omgekeerde, vanuit het allerlichtste werk je naar het donker toe. Er is nu een generatie jonge honden die geweldige dingen met aquarel doet, en met ecoline, maar voor mij is dat dus een gepasseerd station. Misschien dat ik me op pensioengerechtigde leeftijd er nog eens aan waag, maar ik heb nu mijn eigen vorm gevonden, mijn signatuur. Ik heb chance dat de barok stilaan weer geaccepteerd wordt. Lange tijd mocht dat niet, en ik liet me intimideren door die starre opvatting. De mantra van ‘less is more’ die lange tijd de kunstwereld in gijzeling gehouden heeft. Maar dat ging zo tegen mijn behoeftes in, ik wilde graag met een heel rijke beeldtaal werken, met veel verschillende   beelden, veel prikkels, veel kleuren. ‘More is more!’ Zo ben ik nu eenmaal, van nature.

dromer

Als kind was ik zo’n jongen die graag alleen was, ik trok me graag terug in mijn eigen wereldje en liet daar zo weinig mogelijk mensen in toe. Anderzijds was ik graag de leider van de bende. Op school, op straat, hier in Wemmel. Niet altijd in positieve zin, ik kon eerlijk gezegd nogal dominant zijn. Het moest op mijn manier en veel tegenspraak duldde ik niet. Kinderen die het niet met mij eens waren, hadden het soms zwaar. Het was een kant van mezelf waar ik niet trots op was. Als ik me af en toe terugtrok in mijn eigen fantasiewereld, was dat ook regelmatig omdat ik vond dat ik te ver was gegaan. Toch denk ik aan mijn jeugd terug met een overwegend goed gevoel. In mijn herinnering schijnt de zon en is het altijd woensdagmiddag. Mijn jongste zoon zit nu in het vijfde leerjaar en vroeg me laatst of ik goede punten haalde toen ik zelf naar school ging. Hij haalt ongelooflijk goede punten, moet ik er voor de duidelijkheid even bij vertellen. Ik moest een beetje besmuikt toegeven dat ik vroeger lang niet zo goed was als hij nu. Soms moet je eerlijk zijn als vader, en dat valt niet altijd mee. Ik begon hem uit te leggen dat ik thuis de jongste was van vier kinderen en dat mijn ouders allebei heel hard werkten en dat zij altijd dachten dat met mij alles goed ging. En ik zorgde er ook voor dat het inderdaad altijd leek alsof het heel goed met me ging. Als ik ergens een talent voor had, dan was het wel daarvoor. In dat doen-alsof school een soort eenzaamheid in die ik toen niet als zodanig herkende en die negatief had kunnen uitpakken als ik toen mijn eigen wereldje niet had gehad waar ik me zo goed in thuis voelde. In mijn eigen wereld was alles mogelijk, lukte alles, of in elk geval lukte daar veel meer dan in de werkelijkheid. In dat opzicht heeft mijn fantasie me voor veel narigheid behoed. Ik weet niet of mijn zoon helemaal begreep wat ik vertelde, maar ik had zélf opeens een iets helderder beeld van hoe ik vroeger in elkaar stak. Het vaderschap heeft vele gezichten.

wereld

Ik begin altijd met acryl, op hout of op karton. Ik  begin meestal vrij intuïtief. Vrijuit schilderen geeft me de mogelijkheid om dingen uit te vinden die ik nooit zou kunnen bedenken. Terwijl ik aan het schilderen ben, kunnen mijn gedachten een bepaalde richting krijgen, door de kleuren, door de vormen die als vanzelf ontstaan,. Ik zie mezelf niet echt als een kunstenaar, maar een pure illustrator ben ik ook niet. Ik zit tussen de twee in. Ik heb een eerste aanzet nodig vanuit de werkelijkheid, een context waarbinnen ik mijn gang mag gaan.  De beelden die ik me herinner uit mijn jeugd zijn mijn sterkste referenties. Als ik een valies moet tekenen, is de kans groot dat ik de valies teken die bij mijn moeder nu nog altijd op zolder staat. Of het wereldbolletje dat ik vroeger op mijn kamer had staan, of de raket uit Mannen naar de maan van Kuifje. Dat zijn oer-voorwerpen, de archetypes. Dingen waarvan de naam samenvalt met het object. Waarschijnlijk heeft mijn moeder ooit eens tegen mij gezegd: ‘pak die valies,’ en was dat de eerste keer dat ik me bewust werd van het woord ‘valies’. Sindsdien is het begrip ‘valies’ onlosmakelijk verbonden met die éne valies. Met dat beeld kan ik een heel leven verder werken. Voor ‘raket’ en ‘wereldbol’ net zo. Daarnaast moet ik natuurlijk constant open staan voor nieuwe indrukken. Ik geloof niet zo in talent, maar ik ben een absolute gelovige waar het werken betreft. Het is één procent inspiratie, negenennegentig procent transpiratie. Uren maken, dat is mijn devies. Mijn manier van werken situeert zich meer in de richting van filmmaker, ik ben de regisseur van een voortdurende stroom van gedachten, beelden, verhalen, emoties. Regisseurs moeten ook op meerdere niveaus tegelijk kunnen werken. Dat maakt het moeilijk om altijd een helder oordeel over het werk te houden. Soms kom ik om vijf uur ’s morgens mijn atelier binnen, mijn geest nog half verdoofd van de slaap. Gek genoeg zijn dat vaak mijn helderste momenten, dan heb ik voldoende afstand. Vaak zie ik dan in een oogopslag wat er verkeerd is of waar het heen moet. Af en toe beslis ik zelfs om helemaal overnieuw te beginnen, dan pak ik mijn grootste kwast en ga er met donkergroen overheen: een schone lei, terug naar nul. Dat doet soms een beetje pijn, maar het helpt me om scherp te blijven. Wat ik maak moet geloofwaardig zijn, in de eerste plaats voor mezelf. Ik heb dat soms zelfs met bepaalde kleuren. Dan maak ik bijvoorbeeld een roze dat niet de juiste tint heeft. Daar kan ik heel slechtgezind van zijn. Dat is lastig uit te leggen aan het gezin. ‘Papa heeft een rotdag, want hij vindt het roze dat hij gemengd heeft niet geloofwaardig.’ Als ik dan niet uitkijk heb ik er binnen de kortste keren een tweede probleem met mijn geloofwaardigheid bij.”

red-lily

http://www.maandacht.be/red

 

 

Archives